Zondag 22 mei
Het is nu zondagochtend in het basiskamp van de Cho Oyu. Het weer is vriendelijk, zonnig, vannacht slechts lichte vorst. Buiten in de zon worden met de verrekijker klimmers gevolgd die een toppoging doen. Onduidelijk is of Fredrike, Jan en Edwin zich onder hen bevinden en op welke hoogte zij zich ophouden.

Edwin, Jan en Frederike onder aan de steile ijspassage tussen kamp 1 en 2 op vrijdag
20 mei
De warmte hier heeft een sterk contrast met gisteren toen we ons in onze tent op 7135 meter in kamp 2 lagen bij -20 graden Celsius en met slechts 40% van de zuurstof van die op zeeniveau.
Woensdag vertrokken we met zijn zessen als groep 1 voor een laatste poging om zo hoog mogelijk op de berg te komen. Het weer was redelijk en de tocht naar kamp 1 op 6400 meter hoogte verliep zonder noemenswaardige bijzonderheden. De steile morenehelling bleek weer eindeloos en zwaar. De 15 kg wegende rugzak voelde door de weinige zuurstof wederom als lood. In kamp 1 aangekomen weer het ritueel opgepakt van sneeuw smelten, rusten en proberen met lichte tegenzin toch iets te eten.
Donderdag weer redelijk weer, lichte wind, soms zelfs warm, naar kamp 1.5. De steile ijspassage was weer ongeevenaard zwaar. In vergelijking met 10 dagen geleden leek het erop alsof we meer lucht hadden, en makkelijker ademden maar dat we minder kracht hadden ten gevolge van de spierafbraak die optreedt door het lange verblijf op een hoogte van 5700 meter.

Kees en Thom in de ijspassage tussen kamp 1 en 2 op vrijdag 20 mei
Vrijdag werd het echt menens. 's Ochtends zon maar al gauw betrok het, begon het te sneeuwen en verminderde het zicht. Dit terwijl we allereerst een steile ijspassage net boven kamp 1.5 moesten passeren om zo vervolgens via zeer spletenrijke ijs en sneeuwvelden kamp 2 te bereiken. Halverwege de route draaide een van ons om, Thom, daar hij het verder gaan niet zag zitten.

Kees en Frederike op weg naar kamp 2, mist en sneeuw op vrijdag 20 mei
Ongeveer 100 meter onder kamp 2 zie je de eerste tentjes staan maar over deze 100 meter doe je dan door de ijle lucht toch nog een uur. Zo bereikten we met zijn vijven in de mist en met sneeuwval kamp 2. Kamp 2 ligt ietwat beschut op de helling in een helaas spletenrijke zone op de gletsjer. Voorzichtig schuifelden we op onze stijgijzers naar onze tentjes daar er 3-4 meter lager zich een onprettig naar ons gapende spleet in de gletsjer bevond. De tentjes stonden ietwat schuin, het ijs onder de slaapmatjes was weer hard en bobbelig. Hier boven de 7000 meter laat de hoogte zich gelden.

Jaap in kamp 2
Ten eerste ben je gewoon uitgeput van een dag klimmen, kan je nauwelijks de energie opbrengen om sneeuw te verzamelen voor het vocht dat je toch hard nodig hebt, moet je continu denken aan hoe je je kleedt want 5 minuten bij de -20 graden en de harde wind kunnen je je vingers kosten, heb je hoofdpijn van een sluimerend door de hoogte geinduceerd hersenoedeem en eigenlijk heb je nauwelijks trek om de noodzakelijk calorien tot je te nemen. Maar tegelijkertijd wordt je de volgende ochtend wakker met een schitterend panorama waarbij het lijkt alsof de bergen rondom je aan je voeten liggen en je eindeloos ver kunt kijken.

Ons tentje in kamp 2. Iets lager het kampje van een zwitserse expeditie
Mijn klimmaat Kees had gedurende de voorbije dag een veer gelaten. Darmproblemen deden hem om de 2 uur ongeacht de hellingshoek van het terrein uit de broek gaan vanwege ernstige diarree. Dientengevolge voelde hij zich zo verzwakt dat hij besloot na een nacht op 7135 meter om af te dalen.
Ikzelf maakte de volgende overwegingen. Hier, boven de 7000 meter is door de intense koude, de harde wind en de weinige zuurstof de marge tussen een veilige toppoging en een problematische beklimming/afdaling uiterst klein.
Mijn zuurstofverzadiging varieerde hier tussen de 61 en 66%. Op basis van de optelsom van de omstandigheden op deze hoogte, mijn persoonlijke situatie thuis (vrouw en 4 kinderen), mijn klimervaring op deze hoogte, en tot slot mijn ervaringen als dokter in het behandelen van bevroren handen en voeten van leden van andere expeditites deed mij besluiten meer waarde te hechten aan een veilige terugkeer nu ik daar nog de kracht voor had dan een ongewis avontuur hoger op de berg.

Kees in de afdaling net onder kamp 2 op 7000 meter. In de diepte op de morene het
basiskamp, in de verte de Shisapangma
Zo daalden Kees en ondergetekende de volgende ochtend af in goed weer, we genoten nog even van het mooie uitzicht vanuit kamp 2 en maakten ons op voor het abseilen van de 2 steile ijspassages. Uiteindelijk werd het een hele mooie tocht, en passeerden we nog 2 volledig uitgeputte Zwitsers die na beiden ruim te hebben staan braken onder de 2e ijspassage nog net kamp 1 bereikten. Wij daalden uiteindelijk verder af en kwamen laat in de middag aan in het basiskamp.

IJsval na afdaling op 21 mei
Vriendelijke groeten,
Jaap
PS. Rene Sloos en anderen van de Technische Dienst van het LUMC; de zonnepanelen, solar controler en de schakeling die jullie gemaakt hebben hebben het de gehele expeditie feilloos gedaan. De 3 zonnepanelen blijken ruim voldoende om in de energiebehoefte van onze 16 tellende team te voldoen. Hiervoor mijn dank.
|