Woensdag 11 mei
Zondag 8 mei verlaten wij; Frederike, Robert, Kees, Jan, Edwin en Jaap (groep 1) het basiskamp met als doel in kamp 2 zoveel mogelijk dons en eten achter te laten voor een latere toppoging. Er wordt door sommigen verweg gedroomd van een toppoging maar we kennen natuurlijk de onzekerheid die onze gezondheid op hoogte en het weer hierin kunnen spelen.

Kamp 1 en de route naar kamp 2
Zwaarbepakt lopen we in de vroege ochtend langs een schitterende gletsjer naar wat hier de "killerslope" heet. Niet dat deze 50 graden helling zo gevaarlijk is. Het betreft echter een ongeveer 500 meter hogere morenerug van zand en stenen waar geen einde aan lijkt te komen. Bij iedere stap zak je er bij wijze van spreken twee terug. Boven aan deze helling stap je echter van het ene op het andere moment in een andere wereld. Wanneer je de morene eindelijk bestegen hebt ligt aan je voeten op de gletsjer kamp 1 en kijk je rechts steil omhoog in de route richting de ijsbreuk onder kamp 1.5 en 2, zie je vervolgens de gele band en hoger de top van de Cho Oyo. Het lijkt allemaal in termen van afstand zo dichtbij maar door de lage zuurstofspanning is het in termen van tijd nog zo ver weg.

Thom net boven kamp 1
Dwars door kamp 1 loopt een gletjerspleet, samen met de sherpa's zetten we, net over de spleet nog voor de afgrond richting het basiskamp, drie VE 25 TNF tenten op. De tocht naar kamp 1 kostte ons 4 a 6 uur. De rest van de middag wordt kamp gemaakt.

Edwin op 6500 meter, Frederike iets lager boven kamp 1
Maandag 9 mei.
Om zes uur start de dag met het smelten van sneeuw voor de 4 liter vocht die je hier op hoogte per dag nodig hebt. Al met al kost het ons ruim 2 uur om te ontbijten, sneeuw te smelten, de klimspullen uit te zoeken en om te doen en de Millet klimschoenen en stijgijzers onder te binden. Om 8.30 uur staan we dan uiteindelijk bepakt in vol ornaat klaar voor het vertrek naar kamp 1.5 op 6800 meter hoogte. Het is strakblauw, winderig en koud. Maar omdat het voor veel expedities de laatste kans op een tochtpoging is gaan er toch veel klimmers omhoog. Zo ook wij.

Jaap drinkt even wat na de 1e steile passage boven kamp 1
Zo vanuit je tent is het wel even wennen om gelijk steil omhoog, zwaar bepakt, stapje voor stapje je voort te bewegen en een ritme proberen te vinden maar toch af en toe te moeten stoppen om op adem te komen. Hier op 6500 meter is de zuurstofspanning iets minder dan de helft van die op zeeniveau en zo ook de inspanningstolerantie. Robert besluit om terug te keren naar kamp 1. Wij vijven gaan verder en worden beloond op mooie vergezichten op de Shishapangma, een andere achtduizender, en in het noorden de Tibetaanse hoogvlakte. In de diepte zien we ook het basiskamp liggen.

Wel 20 klimmers tussen kamp 1 en 2
Langzaam maar zeker naderen we de ijsval onder kamp 1.5. Dit betreft een 30-40 meter hoge bijna loodrechte ijspassage waar vaste touwen hangen. Gezien de hoogte en de zware bepakking blijkt dit ondanks de vaste touwen en het gebruik van een stijgklem toch een forse inspanning. Om 13.00 uur komen we aldus aan bij de 3 tentjes in kamp 1.5 op 6800 meter hoogte. De rest van de middag is het sneeuw smelten, sneeuw smelten en sneeuw smelten. Op deze dag heeft groep 2 (Frank, Thom, Suzanne, Paul en Henk) het basiskamp verlaten en kamp 1 bereikt alwaar zij overnachtten.
Dinsdag 10 mei.
Weer om 6.00 uur op om te starten met het smelten van sneeuw. De hele nacht heeft het gestormd en was het vanwege de windvlagen en het klapperen van de tent moeillijk om de slaap te vatten ondanks slaappillen en oordoppen. De foto's doen vermoeden dat het goed toeven was op deze hoogte, de werkelijk bleek echter anders. Het uitzicht was natuurlijk eindeloos maar de wind en de -20 graden Celsius maakten het moeilijk hier lang van te genieten.

Kees in kamp 1 na een stormachtige nacht
Het weerbericht voor de komende dagen welke wij middels contact met het basiskamp ontvingen deed vermoeden dat de straffe wind (6-7 Bf) onverminderd zou aanhouden. Toch besloten we richting kamp 2 te klimmen. Al snel besloten Frederike, Kees en Jaap om om te keren vanwege de weersvoorspellingen voor de komende dagen en de huidige wind en koude. Edwin en Jan gingen verder richting kamp 2. Edwin zou uiteindelijk kamp 2 bereiken en 11 mei afdalen.

Jaap buiten de tent in kamp 1.5
Jan heeft helaas tijdens een korte rustpauze zijn rugzak zien wegwaaien en moest toen ook afdalen. Tijdens de afdaling naar het basiskamp ontmoetten we Thom die als enige van groep 2 besloten had om naar kamp 1.5 te stjigen. De andere leden van groep 2 zijn deze dag afgedaald naar het basiskamp. Moe maar vol nieuwe ervaringen kwamen we uiteindelijk laat in de middag aan in het basiskamp. De nacht van 10 mei zou Edwin dus in kamp 2 doorbrengen en Thom in kamp 1.5.

Frederike en Kees langs de gletsjer op weg naar het basiskamp
Woensdag 11 mei
Terwijl ik dit schrijf is er frequent contact met Thom in kamp 1.5 en later in kamp 1. In kamp 1.5 blijkt door de storm van de voorbije nacht 1 tent,
met nu onduidelijk hoeveel inhoud, te zijn weggewaaid. Edwin is afdgedaald vanaf kamp 2 en samen met Thom naar kamp 1 verder afgedaald. Beiden maken het goed. In kamp 1 is het een ravage. Onduidelijk is nu in welke mate er tenten en/of bagage verloren zijn gegaan.
Jaap Vuijk
Woensdag 11 mei
Zojuist had ik (Nicolet) Hans Vis aan de telefoon. Hans is inmiddels veilig teruggekeerd in Kathmandu en zit op dit moment in het Summit Hotel. Hans blijft voorlopig in Nepal en zal waarschijnlijk in Helambu / Langtang nog een trektocht gaan lopen. Daarnaast heb ik hem gezegd dat het misschien leuk is om over een paar weken de groep op te wachten bij de grens met Tibet / Nepal.