Sherpaland

Niveau

Gemiddeld
Reisduur
24 dagen
Hoogste punt
4250m
Aantal loopdagen
15 dagen
Overnachting in
tenten
vanaf € 1995,-
Authentiek gebied nabij de Everest regio
Deze prachtige tented trek speelt zich af in een nog authentiek gebied van Nepal. De reis is er met name op gericht de deelnemer in contact te brengen met de plaatselijke bevolking. De mensen in deze streek zijn overwegend Tibetaans Boeddhistisch en we kunnen hier en daar een kloostertje bezoeken. Een fascinerende tocht om de levenswijze van de mensen hier van dichtbij mee te maken.

Authentiek Nepal
Van Kathmandu reizen we in één dag met de bus naar Poku. Dit is een klein dorpje ten zuiden van Jiri waar de normale route begint naar het  Everest-gebied. Onze tocht start dus al buiten de gewone paden en voert je naar afgelegen bergkammen en diep uitgesneden dalen van o.a. de Likhu Khola. Hoewel het tempo op deze trek rustig is, moet je niet het karakter van deze reis onderschatten. Er zitten grote hoogteverschillen in deze tocht met afdalingen van meer dan 1000 meter. We verblijven soms in de dorpjes, zodat we kennis kunnen maken met de plaatselijke bevolking.

Pike Peak en Dudh Kund
We lopen over bewerkte velden en langs kleine boeddhistische kloostertjes. Zo kun je op je gemak genieten van alles wat Nepal te bieden heeft: aardige mensen, fantastische landschappen en een rijke cultuur. Het eerste hoogte punt, op ongeveer 4050 meter, is Pike Peak. Zo vroeg in het voorjaar of wat later in het najaar kan op deze top best wel wat sneeuw liggen. Onderweg hebben we uitzicht (bij helder weer) op een groot deel van de Nepalese Himalaya: van Dhaulagiri in het westen tot en met Kanchenjunga in het oosten. Na het Tubtencholing klooster zoeken we het nog hogerop en na een paar dagen klimmen bereiken we het heilige meertje Dudh Kund op 4800 meter. Dit is een magische plek tussen grote wanden en dichtbij besneeuwde toppen. De afdaling is een lange dag waar je je mentaal goed op moet voorbereiden. Om de reistijd terug naar Kathmandu te bekorten vliegen we de bergen uit vanaf Phaplu, een klein vliegveldje in dit gebied.

  • Magische plek tussen hoge wanden en dichtbij besneeuwde toppen: het heilige meer Dudh Kund
  • Authentiek gebied
  • Pike Peak

Sherpaland dag tot dag


Iets zuidelijk van de klassieke aanloop route naar Mount Everest ligt een gebied waar je bij uitstek in het vroege voorjaar of het late najaar (of zelfs in december) uitstekend een trek kunt maken. Het is in toeristisch opzicht nog onbekend. Je loopt door dorpjes van verschillende stammen, over bergkammen van meer dan 3500 meter, met prachtige zicht op de hoge pieken, en door dichtbegroeide rododendronbossen. Hier en daar is er een boeddhistisch klooster waar je eeuwenoude rituelen mag meemaken. Het is met name het gebied van de sherpa’s. Enkele van onze gidsen wonen in dit gebied en zij zullen graag met je meegaan om je een zo goed en open mogelijk beeld te geven van het leven in Nepal anno nu. De Nepalese gidsen hebben deze route al heel vaak gedaan, de paden zijn over het algemeen goed en de grootste hoogte komt niet boven de 5000 meter.

Een opmerking vooraf
Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen.

Reisschema
01. Vlucht Amsterdam-Kathmandu
02. Aankomst in Kathmandu
03. Kathmandu
04. Kathmandu – Poku/Sirse, 12 uur onderweg
05. Sirse-Wajpu, 4½ lopen, 1100 meter stijgen
06. Wajpu – Malkhu, 4½ uur lopen, 700 meter stijgen
07. Malkhu – Duble, 5½ lopen, “nepali flat”
08. Duble – Chuplu Bhanjyang, 4 uur lopen, “nogal up en down”
09. Chuplu Bhanjyang – Kyungurding, 3 uur lopen
10. Kyungurding – Samshingma, 3½ uur lopen
11. Samshingma – Ngobur Gomba 3350 meter, 3-4 uur lopen
12. Ngobur Gomba naar Toktor, 5½ uur lopen
13. Toktor naar Thuptencholing Gompa, 3½ uur lopen
14. naar Shengephuk 3 tot 4 uur lopen
15. Shengephuk naar Saharsbeni, 7 uur lopen naar 4200 m
16. Saharsbeni naar Dudh Kund, 4 uur lopen
17. Dudh Kund rustdag
18. Dudh Kund naar Timba, 9 uur lopen
19. Afdalen van Timba naar Phaplu, 4 uur lopen
20. Vlucht van Phaplu naar Kathmandu
21. Kathmandu
22. Kathmandu
23. Terugvlucht naar NL
24. Aankomst in Amsterdam

+
Dag 1
+
Dag 2
+
Dag 3

Vertrek vanaf Nederland

Dag 1

Vlucht Amsterdam naar Kathmandu

Kathmandu

Dag 2

Aankomst Kathmandu, transfer naar hotel.

Kathmandu

Dag 3

Aan het begin van de reis heb je tijd vrij te besteden in Kathmandu en omstreken. Een eerste wandeling door Kathmandu is overweldigend. Durbar Square met z’n aaneenschakeling van tempels en z’n smalle zijstraten vol kleurrijke mensen, handel en vertier is hét centrum en ademt een sfeer waarmee de hele oude stad is doortrokken. Op fietsafstand liggen de prachtige Boeddhistische Stupa’s van Swayambhunath en Bodnath. Dat geldt ook voor Pashupatinath, een hindoetempelcomplex met crematie ghats (kades) aan de oever van de heilige Bagmati-rivier. De twee koningssteden Patan en Bhaktapur liggen op fietsafstand van Kathmandu. De “middeleeuwse sfeer” wordt er bepaald door de oude bebouwing, de tempels en de smalle straatjes, waar geen gemotoriseerd verkeer kan komen. Zelfs de stadsdelen zijn hier nog volgens het kastensysteem gegroepeerd. Patan heeft een fascinerend centraal Durbar Square met vele tempels, standbeelden en een koninklijk paleis. Tevens bevindt zich hier een van de mooiste boeddhistische kloosters in Nepal. Bhaktapur is het meest oorspronkelijk gebleven en totaal autovrij. Pottenbakkers hebben met hun activiteiten een compleet plein in beslag genomen en duizenden potten staan te drogen in de open lucht. Ook aan het einde van de reis verblijven we in Kathmandu.

+
Dag 4
+
Dag 5
+
Dag 6

Kathmandu – Poku/Sirse, 12 uur onderweg….

Dag 4

Het is vandaag een lange rit dus we vertrekken vroeg met de bus uit Kathmandu. Met zijn allen (gids, kok, dragers en wijzelf) rijden we noordwaarts richting Jiri. Nog een flink stuk voor Jiri, net wanneer we zicht hebben op de besneeuwde toppen van de Himalaya, gaan we oostwaarts. We rijden over een zandweg die ze breder maken zodat hij geschikt wordt voor vrachtwagens en ander vervoer dat naar een waterkrachtcentrale in opbouw gaat, bij de Likhu Khola. Ook na Tribeni (de samenloop van drie rivieren,  de Charange Khola, de Bhote Kosi en de Tamba Kosi) is de weg een stuk verbeterd dat kan leiden tot een verkorting van de reistijd. Bij Sirse kunnen we kamperen op een vlak stuk bij de rivier. In de nabij gelegen lodge gaan we eten.

Sirse-Wajpu, 4½ lopen, 1100 meter stijgen

Dag 5

We beginnen de dag rond 8.00 uur. Het is nog fris, maar prachtig weer. Schoolkinderen komen aanlopen die in de laadbak van een vrachtwagen klimmen. Hoever moeten ze nog? Het is hier allemaal heel simpel. Het plaatsje ligt op nog geen 800 m hoogte in een breed dal waar de Likhu Kosi doorheen stroomt. We steken de rivier over. Tegen de hellingen aan weerszijden van de rivier liggen rijstvelden in terrasvorm. Maar de meeste rijst is al geoogst. Hier en daar wordt er gedorst. We nemen een weggetje tussen de veldjes door, min of meer parallel aan de rivier. Ondertussen stijgen we toch behoorlijk. We steken de zijrivier Pakali over en we krijgen onmiddellijk een forse helling voor de kiezen. Maar dat pad leidt wel naar een mooie waterval en naar een soort ‘natuurlijk’ beeldhouwwerk. Met elke stap zakt de vallei dieper weg en zien we hoe mooi de opbouw van de veldjes is met hier en daar een huis en wat bomen. Het is ondertussen ook echt warm geworden. We komen kort na de middag in Waijpu aan. Op het pleintje naast de school wachten we op elkaar. We horen een meester lesgeven en het gemurmel van zijn leerlingen. Het is hier erg vredig. We kunnen kamperen op een rijstveldje waar alleen nog wat stoppels staan, met uitzicht op de hele vallei. Hoogte ca. 1900 meter. De eigenaar woont boven ons in een zo te zien stevig huis. Tussen de bloemen heeft hij een buitendouche waarvan we gebruik kunnen maken. De man is een oudgediende van het Engels leger (gurkha). Met behulp van Engelse donateurs heeft hij voor elektriciteit gezorgd (zonnepanelen) in zijn dorp en in de omgeving. We zien iets van welvaart of, beter gezegd, een verbetering van de meest primaire levensvoorwaarden. De mensen zijn hier niet gewend om toeristen te zien. We zijn echt een bezienswaardigheid. ’s Avonds komt het hele dorp langs en worden we getrakteerd op dansen

Wajpu – Malkhu, 4½ uur lopen, 700 meter stijgen

Dag 6

We komen niet zomaar weg uit Wajpu. Wanneer we klaar staan om te vertrekken, is daar weer een groep van de lokale bevolking. We krijgen bloemenkransen omgehangen, boeketjes in de handen gedrukt en per persoon een tas mandarijnen. Er volgt nog een demonstratie muziek maken op mondharpjes en andere ingenieuze instrumenten. Tot aan de grens van het dorp worden we uitgeleide gedaan. De werkelijkheid is dan: een echt steile klim. Terwijl we ons daar helemaal op concentreren, horen we allerlei lawaai boven ons. De plaatselijk tamtam heeft zijn werk gedaan. Bij het volgende gehucht staat een ereboog waar we onderdoor moeten. Weer worden er bloemenkransen om de nek gelegd en tika’s op ons voorhoofd gedrukt. Ontroerend. Maar we moeten echt verder, weer stevig klimmen. En hoe doe je dat met kilo’s bloemen rond de nek? Het is niet alleen zwaar, maar het wordt ook bloedheet. Gelukkig bestaan er heilige bomen. We poseren nog even voor een foto en met een zucht van opluchting hangen we de kransen in de boom. We kunnen ‘verlicht’ verder klimmen. We komen weer tussen veldjes terecht die nu te hoog liggen om rijst te kunnen verbouwen. Hier staat maïs of gerst. Dan zijn er weer bomen en struiken met een mediterraan karakter. Dat verbaast ons niet gezien de hitte waarin we lopen, zelfs in deze tijd van het jaar.
Op een gegeven moment, niet lang nadat we een brug zijn overgestoken, zien we een zadel tussen de bergen met een tweetal huizen erop. We naderen onze kampplaats. Maar eerst komen we nog langs een prachtige stupa die stralend wit afsteekt tegen de intens blauwe lucht. Als we dan ook nog de besneeuwde toppen van de hoge Himalaya in beeld krijgen, kan het niet meer stuk. In Malkhu, vlak voor je bij de mooie grote stupa komt, is er nu een gezondheidscentrum, opgericht door een Nederlandse arts. Het wordt dagelijks bemand door twee zeer enthousiaste verpleegkundigen. Ze richten zich m.n. op zwangerschap en bevalling. Al het nodige is aanwezig, zij het op een zeer eenvoudige manier: instrumenten, onderzoektafels die omgetoverd kunnen worden bij een bevalling, medicijnen. Er is een directe telefonische verbinding met een ziekenhuis, uren verderop. Mocht er geen elektriciteit zijn, dan is één (mobiel) telefoontje genoeg om elektriciteit ter beschikking te hebben. In het `centrum` van Malkhu is er geen plaats voor een groot tentenkamp. Die is er wel even verderop, in de looprichting voor de volgende dag. Wel erg open en dus sterke wind. Prachtig uitzicht op de hoge Himalaya. Hoogte: ca. 2600 meter.

+
Dag 7
+
Dag 8
+
Dag 9

Malkhu- Duble, 5½ lopen, “nepali flat”

Dag 7

Het heeft licht gevroren vannacht. Maar de ochtend is adembenemend mooi. We zien de Himalaya ontwaken in de eerste zonnestralen. Ik ben verbaasd dat dit licht dat al naar winter neigt, zo zacht is.
Kam Dawa, onze gids, omschrijft het traject van vandaag als “door de jungle” en “Nepalees plat”. Voor het eerste stuk klopt de kwalificatie beslist. Het is heerlijk om zo op en neer te lopen, heerlijk koel onder en tussen al dat groen. Dan volgt er een lange, steile en zanderige afdaling met grote open stukken in de richting van een riviertje. Het is de ideale plek voor de lunch.
We maken een scherpe knik naar het noorden, richting Bhitte, om dan plots weer (zuid)oostwaarts te gaan naar Duble. We hebben de jungle duidelijk achter ons gelaten en lopen, nu wat stijgend dan weer dalend, tussen veldjes waar de oogst al verdwenen is. Maar de ossen hebben er nog wat te knabbelen. Af en toe zien we een manimuur. We naderen bewoonde wereld. Wanneer we door een Tamang-dorp lopen, komt iedereen ons begroeten. Het is duidelijk dat Kam Dawa er bekend is. Er wachten ons dan nog wat venijnige kleine klimmetjes. We moeten tenslotte weer hoogte winnen na die lange afdaling. Maar plots ligt daar Duble. We kunnen het huis van Kam Dawa al zien. We kamperen op een zanderig veldje naast het huis van Kam Dawa. Naar beneden toe, in de richting van de rivier, staan nog een paar huizen tussen veldjes en omhoog op de helling ook. Ze zien er niet slecht uit. Aan het einde van de middag komen er wolken en mist opzetten. Het wordt snel donker en verdraaid koud. Hoogte: Duble ligt op 2500 meter.

Duble – Chuplu Bhanjyang, 4 uur lopen, “nogal up en down”

Dag 8

De gids zal ons allerlei aspecten van zijn dorp laten zien. Na de aardbevingen van 2015 hebben verschillende gebouwen behoorlijk schade opgelopen en we kunnen zien hoe de herstelwerkzaamheden vorderen. Na de lunch pakken onze spullen weer op en we lopen dan naar de volgende kampplaats.
We beginnen met een behoorlijk steile klim, in de zon. Duble ligt aan onze voeten. Na 45 minuten stevig aanpoten staan we op het hoogste punt. Dan volgt een lange, soms wat scherpe afdaling tussen de bomen, richting rivier. De zon kan nauwelijks door het bladerdak heendringen waardoor het pad af en toe glibberig is. Na een half uur afdalen zijn we bij de lunchplaats. Na de lunch lopen we in noordwestelijke richting. Ter hoogte van Dobate Banjyang draaien we weer naar het noorden. Daarna komt er een lange, soms wat scherpe afdaling, grotendeels onder de bomen. Door de nattigheid van de ochtendnevel is het nogal glibberig. Beneden steken we een riviertje over. Naar boven klimmend wisselen we herhaaldelijk van oever. Op een bepaald moment komen we op een zonnige open plek. Aan alle kanten duiken mensen op die op weg zijn naar een plaatselijke markt. De manden op de rug zijn volgeladen. Een kind loopt met een levende kip onder de arm. Daartussendoor zien we scholieren. We kijken wat rond en dan vertrekken we weer. Een half uur later zijn we bij de kampeerplek in Chuply Bhanjyang. Er staan wat huizen bij een kleine oude stupa. Iets verderop zien we een grotere stupa met een manimuur en vlakbij een kleine gompa. Op het veldje naast de stupa kunnen we onze tenten opzetten. Op het eigenlijke kampeerveldje staat een Duits groepje. Het is voor het eerst dat we andere Westerlingen zien. Er is een prettig zonnetje en we hebben de tijd om bijv. haren te wassen of om zomaar lui te zijn. Na de thee gaan we de gompa bekijken. Er zijn mooie wandschilderingen, vergelijkbaar met die van Duble. Maar er is niet echt ‘sfeer’. Hoogte: 2600 meter.

Chuplu Bhanjyang – Kyungurding, 3 uur lopen

Dag 9

We volgen een stenig, af en toe stevig stijgend bospad. Het slingert zich tussen de bomen door. Af en toe hebben we fraaie doorkijkjes naar het gebied dat we achter ons laten. We kunnen ongeveer zien waar we gisteren liepen vanaf de open plek naar de campsite. We zien ook hoe over die open plek een weg doorloopt naar het dorpje waar de markt was. Het weer is zonder meer schitterend. We komen boven de boomgrens. In die openheid brandt de zon en snijdt de wind. We blijven even genieten van het weidse uitzicht. Dan steken we de kam over en dalen enigszins af. Een kwartiertje later vinden we een waterpunt bij een schamel hutje. Een goede plek voor de lunch, uit de wind in de zon.
Na de lunch lopen we naar links, de graat weer op. Dat is even klimmen! In zo’n 20 minuten overbruggen we 200 à 300 hoogtemeters. Wanneer we om de laatste bocht komen, ligt de hele range van de Himalaya zomaar voor ons: we kunnen kijken van de Annapurna in het westen tot voorbij de Everest in het oosten. Werkelijk adembenemend mooi. Vanaf dit hoogtepunt (in beide betekenissen) dalen we kriskras af, eerst over grasland, later door rododendronbossen in de richting van Kyungurding. Dat is het klooster waar Kam Dawa zijn opleiding als lama kreeg/krijgt. Plots zien we het goudgele dak tussen de bomen te voorschijn komen. Op deze plek heeft Kam Dawa een eigen meditatiehuisje. We mogen even naar binnen. Er is een kookruimte van ongeveer 2×2 meter, met vuurplaats en een rekje met potten en pannen. Daarnaast is de eigenlijke studie- en meditatieruimte. Die is nauwelijks groter. Er staat een bed en er is een houten zitbank met lessenaar ervoor. Wanneer we Kam Dawa vragen om op zijn meditatieplek te gaan zitten voor een foto, straalt hij. Dit is echt zijn plek. Maar hij is getrouwd en heeft een vrouw en zes kinderen. En weer bevangt me het gevoel hoe anders deze Sherpa’s in het leven staan dan wij Westerlingen, hoe anders ze omgaan met mogelijkheden en onmogelijkheden.
Ik had eigenlijk een soort lege cel verwacht met alleen de allernoodzakelijkste zaken. Maar het is er gezellig. Er hangen posters aan de muur en foto’s van zijn kinderen en van zijn leraar. Boven en rondom het klooster zijn een zestigtal van deze huisjes gebouwd. Nu de winter voor de deur staat, staan de meeste leeg. De Rinpoche is er ook niet. Hij leidt een ceremonie in een ander klooster. We dalen verder af langs twee stupa’s met gebedsmolens en langs de tempel. Hier komen en leven zowel getrouwde als ongetrouwde monniken. Het uitzicht op de Himalaya is weer zo mooi. Geen slechte plaats voor een gompa. Onze kampeerplek ligt er direct onder. Het is er lekker vlak. Nadat we de tenten hebben opgezet, is er nog even een momentje om ons te koesteren in de zon, dan zakt hij achter de bergen en wordt het weer ijzig koud. Hoogte: gestegen tot ca. 3000 meter Het uitzichtpunt lag op ca. 3260 meter volgens mijn GPS, volgens de kaart is het 3360 meter.

+
Dag 10
+
Dag 11
+
Dag 12

Kyungurding – Samshingma, 3½ uur lopen

Dag 10

Vannacht was er een prachtige sterrenhemel. Het vroor licht. De sluierbewolking van gisterenmiddag was volkomen opgelost. Alles is betoverend wit vanmorgen. De hoge Himalaya piept voorzichtig te voorschijn uit de ochtendnevel. We lopen eerst comfortabel langzaam omhoog tussen soms boomhoge rododendrons. Wanneer we boven de boomgrens uitkomen, hebben we een goed uitzicht over de hele Ramding Danda (Danda = graat). We zullen hier een hele tijd langs lopen. Na vervolgens een korte klim zien we gebedsvlaggen wapperen in de wind. Even later ligt daar wat lager een kleine gompa (Kuyantar, ca. 3200 meter) omgeven door een hele cirkel van masten met gebedsvlaggen en daarnaast één huisje. Het blijkt bewoond. Een vrouw komt naar buiten en vraagt zich waarschijnlijk af wat die buitenlanders komen doen op deze al wat winterse dag. Ik daal af met Jit, onze kok. De gompa is kortgeleden gerestaureerd. Alles ziet er kraakhelder en verzorgd uit. De boeddhabeelden zijn van papier maché gemaakt en heel eenvoudig, maar zeker niet zonder uitstraling. Na dit korte bezoekje vervolgen we onze weg. Kort voor we de Ramding Danda verlaten om door te steken naar Taklung Danda, komen we bij een plaats die door herders wordt benut in de zomermaanden. Daar lunchen we. Na de lunch volgt eerst een korte klim, tegen de Taklung Danda op, steeds een beetje onder en boven de boomgrens. In de zon is het flink warm, in de schaduw fors koeler. We draaien rechts om de berg heen tot we echt op de graat komen, op het kruispunt met de Lamche Danda. Daar draaien we iets naar links, in noordnoordoostelijk richting, langs een heel oude donkere stupa. We blijven boven de boomgrens. We gaan kamperen dicht bij Samshingma. Het is de laatst mogelijke kampplaats waar nog water is vóór de Pike Peak.
We zetten de tenten op onder een manimuur, zoveel mogelijk uit de koude scherpe wind. Als de zon weg zakt achter de bergen daalt de temperatuur met wel 20 graden. Hoe zal dat morgen op de Pike zijn? Kam Dawa stelt voor dat we niet al te vroeg vertrekken in verband met de kou. Hoogte: ca. 3300 meter.

Samshingma - Ngobur Gomba 3350 meter, 3-4 uur lopen

Dag 11

Het heeft flink gevroren vannacht. We stijgen in een gestaag tempo. Even een korte stop om iets te drinken. Het is ongeveer 2-2½ uur lopen voordat we op de top staan. We hebben dan 700 meter geklommen. De top van de Pike Peak ligt er prachtig bij in het heldere zonlicht, met de vele kleurige gebedsvlaggen zacht wapperend in de wind. Er is werkelijk geen wolkje aan de hemel. Omdat de top geïsoleerd ligt, is het of je in een omniversum staat: aan alle kanten bergen. Richting noord de besneeuwde toppen van de Himalaya. We nemen alle tijd om de hele range te bekijken. Naar het zuiden toe meer een coulisselandschap: bergketens achter elkaar verdwijnen steeds meer in de verre ochtendnevel. We kunnen zelfs ongeveer zien waar we de trekking begonnen zijn en hoe de weg zich tussen al die bergketens omhoogslingert. Op een gegeven moment vliegt er een Twinotter voor ons langs, blijkbaar op weg naar Phaplu, maar beduidend lager dan waar wij nu staan. Een bizarre ervaring. Na zo’n drie kwartier beginnen we aan de afdaling, 1.000 meter naar beneden, eerst door bultig grasland, dan stenige paden tussen wat struiken. Vervolgens struinen we tussen immense rododendrons in winterslaap. Sneller dan verwacht zien we Ngobur Gompa liggen. Hier is ook de lunchplek. Na de lunch genieten we van een halve rustdag, een middag in de zon, schrijvend, lezend, thee leutend, niksend, … Gestegen: 700 meter en gedaald 1.000 meter.

Ngobur Gomba naar Toktor, 5½ uur lopen

Dag 12

We vertrekken in oostelijke richting. We gaan vandaag de bergrug oversteken waar Pike Peak en de Lamjura Danda deel van uitmaken. De weg loopt door een bos van overwegend rododendrons en hoge dennenbomen. Een lekker klimmetje. Tot plots om een bocht een ijswaterval het pad onbegaanbaar maakt. Het is even puzzelen hoe we hier overheen komen. Het eerste stuk ijs bedekken we met zand. Dan komt er een piepklein onbevroren plekje. Op die manier verzinnen we steeds iets nieuws tot we weer normaal over het pad kunnen lopen. Lekker spannend. En niet te geloven met welk gemak de dragers daar overheen komen. Al gauw blijkt dat dit niet de enige verijsde plek is. Telkens wanneer de bergwand zich naar binnen plooit en dieper in de schaduw komt te liggen, is er ijs in het spel. Verder is het eigenlijk een heel makkelijk begaanbaar pad. We komen een zonnige open plek en staan weer oog in oog met de Himalayareuzen. Het blijft fascinerend. Wanneer zeker is dat alle dragers het ijs getrotseerd hebben, gaan we weer verder. De weg loopt nu naar beneden, soms door bos soms langs iets opener graslandjes. Het ijs is hier nagenoeg verdwenen. Wanneer we op een soort bergruggetje komen met twee potdichte huisjes, weten we dat we bij de lunchplek zijn, bij Jase Banjyang (nepalees voor pas, 3500 meter). Het is even zoeken voor een goed plekje. De bergrug is veel te windering. We dalen van daaruit iets af tot bij een open plek tussen enorme dennenbomen . Er komt mist opzetten en het wordt behoorlijk fris. Het heeft wel iets magisch, of we “In de Ban van de Ring” zitten …
Na de lunch beginnen we weer met een stevige klim naar een soort open top of pas op 3800 meter hoogte. Het is weer een prachtig gezicht, zo op de rand van de boomgrens. Dan volgt een fikse wat lastige afdaling tussen hoge rododendrons en struiken waarvan papier wordt gemaakt. Deze laatste lijken een beetje op rododendrons, maar de bladnerven lopen anders. Het pad ligt bezaaid met rotsblokken en is doorkerfd met geulen. Wanneer op een mooie open plek komen nemen we een rustpauze. Enorme oude dennenbomen met een dikke groene vacht van mos staan om ons heen. Niemand zou verbaasd opkijken wanneer ze zouden gaan lopen, voorzichtig en een beetje stram en wanneer ze onder elkaar wat brommerig zouden gaan murmelen. Na de pauze gaat de afdaling gewoon door, al wordt de begroeiing wat minder dik. Na een half uur komen we bij een rivier. Dan komen er weilanden en nog iets later af en toe een huis. Later in de middag naderen we Toktor (ca. 3045 meter). Ondertussen is het weer mistig geworden en zakt de temperatuur behoorlijk. Net buiten het dorp zetten we de tenten op. Het is te merken dat we langs de ‘highway’ naar Lukla zitten. Er komen veel dragers langs, soms een enkele trekker. We zijn de drukte niet meer gewend. Wat een andere wereld

+
Dag 13
+
Dag 14
+
Dag 15

Toktor naar Thuptencholing Gompa, 3½ uur lopen

Dag 13

We vertrekken in de zon. Het eerste stuk van de trek is een beetje zoals gisteren: springen van rotsblok naar rotsblok. We lopen aanvankelijk nog tussen huizen die nog bij Toktor horen. Wanneer we beginnen te stijgen, is er geen bewoning meer. Op een gegeven moment zien we rechts in de diepte het grote dorp Junbesi liggen. Maar vandaag gaan we daar niet langs. We komen duidelijk in een wat welvarender gebied. Aan onze linkerkant ligt een goed verzorgd klooster. Jonge monniken lopen de berg op met masten met gebedsvlaggen. Die zullen geplant worden boven op de kam. Af en toe kruisen we een bewoner. Beneden ruist een rivier. Het geheel ademt een rustige activiteit.
Na 2½ uur lopen steken we een bruggetje over. Aan de overkant is een theehuisje. Tijd voor een stop! Het is mooi om te zien hoe oud en nieuw, traditioneel Nepalees en modern een soort mengvorm vinden: er wordt gekookt op gas én op een houtkachel, koud en warm water komen op een ingenieuze manier uit een kraantje. De nieuwe stupa vlakbij dit theehuis, die een paar jaar geleden nog in aanbouw was en deel uitmaakt van een wereldwijd vredesproject, is klaar, maar vertoont nu al erosie t.g.v. weer en wind. Na de lunch is het nog een half uurtje klimmen naar Thuptenchholing (ca. 3000 meter). We mogen de tenten opzetten aan de voet van het klooster op het helikopterveldje. Aangezien de Rinpoche niet komt, hoeven we geen helikopter te vrezen. Na de thee lopen we naar het boven ons gelegen medisch centrum. Daar wordt de Tibetaanse geneeskunst beoefend. Jammer genoeg zijn de artsen en hun medewerkers al weg. Misschien hebben we morgen nog de gelegenheid wat meer te zien…De zon verdwijnt al heel snel achter de bergen. De temperatuur zakt weer spectaculair. Gedaald en weer iets gestegen naar Thuptenchholing (net geen 3000 meter).

naar Shengephuk 3 tot 4 uur lopen

Dag 14

In de vroege ochtend, nog voor het ontbijt, zijn we naar Thuptenchholing Gompa gelopen, omhoog langs een brede trap met aan weerszijden bomen die het zonlicht zeven. Eerst is er een mannenklooster, daarna een voor vrouwen. Ze delen wel dezelfde gebedsruimtes. De diensten hebben plaats in een veel grotere lichte zaal met schitterende wandschilderingen. Het indrukwekkende Boeddhabeeld staat achter glas. Na het ontbijt beginnen we aan de prachtige klim naar Shengephuk, bijna 1000 meter hoger dan Thuptenchholing. Daar is een rots met een bijzondere handafdruk van een belangrijke lama uit de begintijd van het Boeddhisme. Maar wie dat nu precies was, daar komen we niet achter.
We volgen de weg dieper de vallei in, steken de rivier over en lopen langs de manimuur tot bij de richtingwijzer: rechts ga je naar een schooltje, links naar Shengephuk. Al die tijd konden we de helling die nu voor ons ligt heel duidelijk zien. Het is licht bewolkt en daardoor ook kouder. Maar gezien de inspanning die we moeten leveren, is dat niet zo erg. Twee uur klimmen we nagenoeg onafgebroken naar boven door een landschap van rotsblokken en kort stekelig struikgewas. We schatten de hellingshoek op zo’n 45 graden. Op het moment dat het open landschap overgaat in bos, komt de zon te voorschijn en zien we een glimp van machtige besneeuwde bergen (Numbur, Khatang en Karyolung) vlakbij. Het pad wordt vlakker en gemakkelijker. Vóór ons schiet een kleurrijke pauw weg tussen de bomen. Maar verder is hier niemand. We stoppen kort bij een niet afgebouwd hutje. Van daaraf wordt het weer klimmen onder de hoge dennen en coniferen. Plots zijn we uit het bos. We blijken op de rand van een brede kom te staan. Beneden loopt een smal kronkelend riviertje. De oevers zijn bevroren. Aan de overkant wapperen gebedsvlaggen. We zien ook een klein huisje. We hebben ongeveer drie uur gelopen… We dalen af tot de bodem van de kom, klimmen weer een stukje naar boven. Alles lijkt te tintelen en is tegelijk in diepe rust. De kom is van een sublieme schoonheid, zonder meer een klein paradijs. Wanneer we bij het huisje komen, doet Kam Dawa de eerste deur open. Er is een vuurplaats en wat rommel. Je kunt hier goed schuilen.
De tweede deur gaat open. In de kleine ruimte, waarvan de rots de achterwand vormt, ligt overal troep. De meditatiebank ligt er kreupel bij. Tegen de rotswand is een spiksplinternieuw stenen altaartje gebouwd dat afgesmeerd is met gelige leem. In het bovenste gedeelte zit een gat voorzien van dikke tralies. Met enige moeite en met behulp van een zaklamp is de handafdruk in de rotswand te zien. Hoe kan in een paar jaar tijd de open sacrale ruimte van voorheen veranderen in deze totaal betekenisloze attractie? Gelukkig is het buiten even mooi gebleven: de schaars begroeide hellingen tonen een palet aan kleuren, van grijzig blauw naar groen en rood-roestbruin. Het riviertje kabbelt in alle rust. Alom stilte. Een schitterende kampeerplek.

Shengephuk naar Saharsbeni, 7 uur lopen naar 4200 m

Dag 15

uit het verslag van reisleidster Hilde Noë:

We waren nog aan het ontbijten toen de eerste dragers al over de rand van de kom liepen, de zon tegemoet o.l.v. een jonge plaatselijk gids. Een prachtig gezicht. De zon, dat wilden we wel, want we hadden er een koude nacht opzitten: ijs op de tent, ijs op de rivier. `s Nachts denderde `iets` rakelings langs onze tent. Het bleek een wilde buffel te zijn geweest. Geen idee hoe goed die beesten kunnen zien in het donker… We klommen de kom uit, tot het punt waar we gisteren uit het bos kwamen, en keerden over de rand lopend in oostelijke richting. Een laatste blik achterom. Hoe betoverend is Shengephuk in dit eerste zonlicht. Maar, er is een nieuwe uitdaging. Een houten pijl laat daar geen misverstand over bestaan: we gaan in de richting van Dudh Kund. We draaien naar rechts van de graat af en lopen door groen grasland, later afgewisseld met lapjes bos, terwijl de zon ons doorwarmt. We hebben links van ons een prachtig uitzicht op de besneeuwde bergen. Dan krijgt het bos de overhand op de open plekken. We stijgen, nu eens geleidelijk dan weer een kort stevig hellinkje. Wanneer we weer boven de boomgrens komen, slingert het pad zich om elke bult van de bergen heen. Tegen 12 u zien we in de verte onze mannen in de weer. Zij vonden een mooi vlak stukje om er te koken, bij een half afgebouwd `huis`. Het is een schuilplek voor de herders wanneer ze op pad zijn met hun kudden tijdens de zomermaanden. Rond 13 u gaan we weer op pad. We draaien naar links, in meer noordelijke richting, en meanderen nu eens wat stijgend dan weer dalend door grasland bezaaid met rotsblokken. We komen uit bij een kleine rivier. Er ligt een bruggetje dat we oversteken. Dan begint het echte werk. Het is een steile klim richting de pas. Maar wanneer we denken de pas te hebben bereikt, blijkt dit niet zo te zijn; er ligt nog een flinke bult achter. Ook dat nieuwe hoogtepunt blijkt vals. We halen diep adem. De derde keer, wanneer we stupa`s op de rand zien, bereiken we echt de pas. Het is er zo koud – de zon is ondertussen gevangen door wolken – dat we niet eens de moeite nemen voor een foto. Het is ook even onduidelijk welke kant we op moeten. Het blijkt noch naar links noch naar rechts, maar min of meer rechtdoor, de diepte in. Dan lopen we door een soort vallei. De eerste plek die in aanmerking komt als campsite wordt afgekeurd. Veel te guur. We zullen doorlopen naar Saharsbeni. Dat blijkt nog anderhalf uur verderop. We klimmen min of meer uit de vallei tot halverwege de linker helling. Daar loopt een pad, iets op en neer. Nog vrij onverwachts zien we ineens de kampplaats in de verte. Blijkbaar hadden de dragers medelijden met ons: de tenten staan er al. We dalen af naar de rivier, steken om half vijf het bruggetje over en zijn in Saharsbeni. Op de kaart is het een dik gedrukt woord. In werkelijkheid is het één huisje met nog een soort schuur waar de porters kunnen schuilen en slapen. Ze zijn dolblij, want dat is heel wat warmer dan hun tent. De wolken zijn ondertussen verder over ons neergedaald. We zien nauwelijks iets van de omgeving. We duiken de eettent in en doen ons te goed aan hete thee en popcorn. Wat een dag!

+
Dag 16
+
Dag 17
+
Dag 18

Saharsbeni naar Dudh Kund, 4 uur lopen

Dag 16

Nog een stukje uit het verslag van Hilde van de tocht in november 2012:

Blauwe lucht. Na de mist van gisteren, kondigt de dag zich goed aan. Rond acht uur komt de zon boven de berghelling uit. Iedereen koestert zich in de eerste stralen. Het begint meteen goed: een steil, echt alpien bergpaadje. We hebben nu goed zicht op de omgeving. We klimmen richting een graat. Zo te zien voert die regelrecht naar een paar besneeuwde bergen in de verte. Aan de voet daarvan zou het meer moeten liggen, het hoogtepunt van onze trekking. Af en toe lopen we `trappen`, soms is de helling wat gematigder. Maar het is nagenoeg onafgebroken klimmen. Dat is duidelijk voelbaar op deze hoogte. Het is hier wel erg mooi. Het blijft ook moeilijk om afstanden te schatten in het hooggebergte. De graat is langer dan ze op het eerste gezicht lijkt. Aan de rechterkant ervan, meer in de diepte, ligt het `Zwarte Meer`. Het is niet echt zwart, maar het heeft wel iets donkers in zich. Benieuwd hoe het `Witte Meer`(Dudh = melk) er dan uit ziet. Dat is echter niet onmiddellijk te zien wanneer je het einde van de graat bereikt. Eerst moet je een stukje afdalen, naar links toe. Daar staat iets wat op een half afgebouwde nederzetting lijkt. Er blijkt hier ieder jaar in augustus een viering plaats te hebben van Hindoeïsten bij dit heilige meer. De halve muurtjes worden bij die gelegenheid wat verder opgebouwd en er komt een dak van plastic zodat een relatief goed onderkomen ontstaat. Het meer ligt nog een tiental minuten verderop. Eerst maar weer eens een rotsbult over. Daar is het. Roerloos en gedeeltelijk bevroren, groen-grijs-blauw binnen zandige oevers, in volmaakte stilte, tussen nagenoeg loodrechte besneeuwde bergwanden. Aan de overkant zijn nog de sporen te zien van een oude gletsjer. De wolken hangen laag. Pure magie. Hier een hele dag alleen maar zitten en zijn… Vandaag is het geen geschikte dag; mist en vrieskou dringen door tot in het merg van je botten. Maar een rondgang rond het meer, dat kan. Een heilig meer vraagt om zo`n kora. Het lijkt een makkie. Aan de rechterkant echter steekt een punt van de berg in het water. Daar moet je overheen klimmen, op handen en voeten. Zo steil is het. Aan de andere kant naar beneden is van hetzelfde laken een pak. Bistari, bistari, langzaamaan. Even later valt de mist uit in de vorm van korrelige sneeuw. De tenten krijgen een wit dekje. De volle maan komt te voorschijn en werpt een helder en geheimzinnig licht over onze nederzetting. IJskoud mooi. We hebben ons doel bereikt en het is meer dan de moeite waard.
Het was `s avonds zo verschrikkelijk koud in de eettent dat Kam Dawa met een grote kookpot kwam aanzetten gevuld met gloeiende kooltjes, opgeschept uit het vuur van de porters. Wat was dat heerlijk, zo`n ouderwetse stoof!

Dudh Kund

Dag 17

Rustdag.
Tijd om de schoonheid en het bijzondere van deze plek diep tot je door te laten dringen. Tijd om hier te ZIJN….

Dudh Kund naar Timba, 9 uur lopen

Dag 18

Hilde, november 2012:

Wanneer we opstaan, schijnt de zon. Geen vleugje mist meer. Eigenlijk hadden we nog eens tot bij het meer moeten kunnen lopen. Maar daar is geen tijd voor. Ieder half uurtje telt nu we niet zeker weten tot hoever we moeten afdalen. Volgens de kaart is er gelegenheid tot kamperen in Thimba, 5 à 6 uur lopen verderop. Maar er doen geruchten de ronde dat daar geen water te vinden is. Niemand weet het precies. Als er geen water is, moeten we verder door naar Ringmu, een tweetal uren verder. We zullen zien. Het is tenslotte alleen maar dalen. We gaan dezelfde weg terug naar Saharsbeni. Dat is zeker geen straf. Er ligt nog wat sneeuw, de zon schijnt en iedereen is blij en ook enigszins vervuld van weemoed. Straks zijn we weg uit dit o zo mooie landschap. In anderhalf uur tijd staan we beneden. We kijken nog eens om naar de besneeuwde bergen achter ons en klimmen lichtjes naar het nieuwe pad. Het is heerlijk lopen. We zien weer boompjes verschijnen en grotere struiken. We hebben goed zicht op de overkant van de rivier. Daar liepen we eergisteren. Maar wanneer we licht meedraaien naar links, is elke herkenning voorbij; het einde van de trekking nadert onherroepelijk. Met Jit, de kok, en de dragers was afgesproken dat ze op ons zouden wachten bij Thimba. Wanneer we ze daar beneden zien staan, zonder enige actie te vertonen, is de boodschap duidelijk: geen water. We genieten nog even van het uitzicht op de Everest en gaan weer op stap. Nog 2 uur. Dat valt goed te overzien. Wat we niet weten is dat de kwaliteit van het pad schrikbarend is zodat die 2 uur verworden tot een mythe. Het eerste stuk is afdalen via trappen. Dat is best zwaar. Maar wanneer dit pad overgaat in een soort geul vol ongestructureerd los liggende rotsblokken, wordt het veel zwaarder. Een aanslag op bovenbenen en knieën en enkels. Tegelijk is het zo`n schitterend landschap met steeds weer doorkijkjes naar het Everestgebied, dat iedereen opgewekt blijft. Een groot deel van de afdaling loopt door een bos met heel hoge dennen. De lage zon schijnt er doorheen. Sprookjesachtig. Maar we willen wel voor het donker op de kampplaats zijn. Het schemert al wanneer we in Taksindu aankomen. Ringmu ligt iets lager. In het halve duister dat al snel overgaat in donker dalen we het laatste stuk af over een breed stenig pad waar af en toe water en modder overheen stromen. Gelukkig hebben de meeste deelnemers hun hoofdlamp bij zich. Het vergemakkelijkt het lopen enigszins. We passeren huizen en weilanden. We zijn duidelijk in bewoond gebied. Maar het duurt zeker nog ¾ uur vooraleer we de campsite bereiken. Geweldig, de tenten zijn al opgezet, netjes op een rij. De keukenploeg is ergens binnen aan het koken. We hebben een eetzaal ter beschikking. Niemand heeft nog veel praatjes. Dit was wel een meesterproef in grote concentratie. Groot voordeel: morgen wordt het een heerlijk rustige dag. Maar 4 ½ uur lopen!

+
Dag 19
+
Dag 20
+
Dag 21

afdalen van Timba naar Phaplu, 4 uur lopen

Dag 19

Vandaag slapen we uit, maar iedereen is toch vroeg wakker. We ontbijten buiten in de zon en genieten nogmaals vol overgave van deze luxe. We hebben zo vaak buiten in de zon ontbeten dat we ons nog nauwelijks kunnen voorstellen dat het anders wordt. In Nederland bijv. Het woord valt, niet voor het eerst uiteraard. Maar wel voor het eerst met zo`n gevoel van onafwendbaarheid. We moeten erom lachen. Het belooft een ontspannen dag te worden. In Ringmo – dat zien we nu voor het eerst – is het al een drukte van belang. Het is duidelijk dat dit de weg is naar het Everestgebied. Wanneer we aan het lopen zijn, kruisen ons voortdurend karavanen: paarden, jaks, muilezels, allemaal zwaar beladen. We realiseren ons ten volle hoe ver we verwijderd waren van alle toeristische drukte. Het is wennen aan deze nieuwe realiteit. Kort na de middag komen we aan in Phaplu. De tenten worden opgezet achter een guesthouse. Iedereen dobbert een beetje uit. `s Avonds afscheid en bedankingen. Morgen keren de kookploeg, de tweede gids (Wongda) en de dragers te voet en per bus terug óf direct naar hun woongebied óf naar KTM. Alleen Kam Dawa vliegt met ons mee.

Phaplu naar Kathmandu

Dag 20

We zijn op tijd op. Het is bewolkt en het is maar de vraag of we kunnen vliegen. We zwaaien Jit, de koksmaatjes en de dragers uit en gaan zelf richting vliegveld. We zijn niet de enigen. Maar de meeste mensen blijken op de been om afscheid te nemen van een of ander districtshoofd. We wachten in een theehuisje zonder ook maar iets van verwarming. De hele tijd wordt er in en uit gelopen. Een toilet? Ja, buiten, achter de bomen. Het blijft kamperen. Maar dan komt het goede bericht: het vliegtuigje komt er aan. Zonder plichtplegingen of controles van welke aard dan ook lopen we van de straat naar de startbaan een paar meter lager. En nu maar wachten. Het Twinottertje zit vol. Het is jammer dat er zoveel bewolking is. Anders hadden we vanuit de lucht kunnen zien waar we gelopen hebben. Maar toch is het altijd spectaculair. Wanneer we nog geen uur later landen in Kathmandu komt de zon voorzichtig kijken. Het is even wachten op de bagage, dan een taxi regelen en tegen twaalven zijn we in het inmiddels zo vertrouwde hotel. Toch is het ook wel vreemd om weer in de grote bewoonde wereld te zijn.

Kathmandu

Dag 21

Vrije dagen in Kathmandu. Tijd om de dingen te doen waar je nog niet aan toe gekomen was of te gebruiken als de Phaplu-vlucht een dag zou zijn vertraagd, want dat kan zomaar in Nepal.

+
Dag 22
+
Dag 23
+
Dag 24

Kathmandu

Dag 22

Vrije dagen in Kathmandu. Tijd om de dingen te doen waar je nog niet aan toe gekomen was of te gebruiken als de Phaplu-vlucht een dag zou zijn vertraagd, want dat kan zomaar in Nepal.

Vlucht

Dag 23

Transfer hotel naar luchthaven, vertrek naar Nederland

Aankomst Nederland

Dag 24

Aankomst Amsterdam

Sherpaland Prijzen/Data


Voor de INCLUSIEF / EXCLUSIEF: scroll verder naar beneden (onder de foto).

11 okt t/m 03 nov 2019
Sherpaland
€ 1995,-
01 nov t/m 24 nov 2019
Sherpaland
€ 1995,-
11 apr t/m 04 mei 2020
Sherpaland
€ 1995,-

Inclusief/exclusief


  • 5n Hotel Kathmandu middenklasse obv 2-pers kamer incl ontbijt
  • Groepsvervoer vanuit Kathmandu naar start trektocht
  • Vlucht Phaplu - Kathmandu (inclusief luchthavenbelasting)
  • Lokale briefing op bestemming
  • Deze reis valt onder de voorwaarden en garanties van ANVR+SGR+Calamiteitenfonds
Op trek
  • 3 maaltijden per dag (op de kampeerdagen wanneer de keukenploeg de maaltijden verzorgt)
  • Overnachtingen in tweepersoonstenten (incl. slaapmatje)
  • Gebruik van keukenmateriaal, borden, mokken, bestek etc.
  • Eettent, tafels & stoelen.
  • Engelssprekende Nepalese gids(en)
  • Kok, keukenjongens
  • Dragers (voor bagagevervoer trektocht: max 14 kg per persoon)
  • Alle benodigde peak en/of trekking permits, entree Conservation Area, TIMS (Tourist Information Management System)
  • Algemene medicijn- / EHBO-kit
Boek nu

ANVR
SGR
calamiteitenfonds
Optioneel
  • Retourvlucht Schiphol naar uw bestemming (uiteraard boekbaar via ons)
  • Co2 compensatie (incl indien ticket via Snow Leopard geboekt)
  • Luchthaven transfers in Nepal (incl indien ticket via Snow Leopard geboekt)
  • Evt. toeslag eenpersoonstent € 80
  • Evt. toeslag eenpersoonskamer
  • Evt. kosten huurmaterialen (bijv. slaapzak, donsjas)
  • Evt. wijzigingskosten (alleen bij wijzigingen ná boeking) € 35
Niet bij de reissom inbegrepen
  • Reserveringskosten € 20,-- per nota
  • Bijdrage Calamiteitenfonds € 2,50 per nota
  • Lunch + diner bij hotelovernachtingen
  • Persoonlijke uitgaven (o.a. souvenirs, wasserij, (fris)dranken)
  • Vervoer naar en van Schiphol
  • Fooien begeleidingsploeg
  • Visum
  • Reisverzekering (verplicht), annuleringsverz (aanbevolen)
  • Evt. extra kosten i.g.v. een calamiteit
  • Evt. extra kosten voor terugvlucht uit de bergen wanneer de regulier geboekte vlucht Phaplu-Kathmandu om welke reden niet kan worden uitgevoerd.
  • Vaccinaties
  • Entree voor sights in Kathmandu zoals bijv. Durbar Square, musea en tempels (€ 1,-- tot € 5,--, Bhaktapur € 15,--)

Sherpaland files en detail


documenten & informatie


Visum
Visum

Bekijk het visumformulier.



Download
Algemene informatie
Algemene informatie

Download hier de achtergrondinformatie Nepal.



Download
Reisinformatie
Reisinformatie

Download hier de praktische reisinformatie incl paklijst.



Download


Aanmelden Nieuwsbrief!

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe reizen, bijzondere projecten en bijv. extra vertrekdata? We verspreiden met enige regelmaat een digitale nieuwsbrief.
Meld je hieronder dan eenvoudig aan!